Brugge werelderfgoedstad
Zoeken op trefwoord:
Zoeken op trefwoord
toerisme & seminaries
NL  FR  DE  EN
  • Brugge - officiële website van de stad Brugge
  • Bestuur en administratie
  • Economie, Werk en Vacatures
  • Bewonersinfo
  • Openbare werken, bouwen en wonen
  • Politie en veiligheid
  • Welzijn en Preventie
  • Mobiliteit
  • Groen en leefmilieu
  • UiT in Brugge
  • Cultuur, sport, jeugd en bib
  • Toerisme & seminaries
  • Musea

Doelgroepen

  • Kinderen en jongeren
  • Studenten
  • Senioren
  • Zelfstandigen


Blindsurfer
Contact | Stadsplan | Nieuws | Sitemap | Links | Brugge A - Z | FAQ | Help
NL | FR | DE | EN
logo bestuur en administratie sectie
U bent hier: Bestuur en administratie  >  Beleidsplannen en jaarverslagen  >  Beleidsnota 2007-2012

Beleidsnota 2007-2012

Op deze pagina kunt u de beleidsnota van het stadsbestuur voor de legislatuur 2007-2012 nalezen, opgedeeld in hoofdstukken. Hier kunt u ook een pdf-versie van deze publicatie downloaden (PDF: 1,59 MB) 
De beleidsnota zet de belangrijkste beleidslijnen voor de legislatuur uit.

U kunt hier ook reageren op de beleidsnota.

 

 

  • Informatie en inspraak
  • Dienstverlening op maat dankzij motiverend personeelsbeleid
  • Haven, economie en werk
  • Politie en preventie
  • Mobiliteit
  • Leefbare stad
  • Cultuurstad met bloeiend verenigingsleven
  • Onderwijs en studentenstad
  • Jeugd
  • Toerisme
  • Sociaal beleid (OCMW, welzijn en emancipatie)
  • Groene en milieuvriendelijke stad
  • Sport
  • Financiën: de goede huisvader

Informatie en inspraak Top

1.1 De beleidsnota, die de opties van de nieuwe ploeg voor 2007-2012 toelicht, komt bij elke Bruggeling in de brievenbus en ook op het internet. De bewoners worden verzocht om hun mening kenbaar te maken en te reageren.

1.2 Het stedelijk infoblad “Bruggespraak” krijgt als laagdrempelig medium om de bevolking te informeren een hogere frequentie : het zal tweemaandelijks verschijnen in plaats van driemaandelijks. 2 keer per jaar wordt een wijkkatern toegevoegd, waarin projecten per deelgemeente ruimer aan bod komen.

1.3 Start van de nieuwe stedelijke huisstijl “Brugge Werelderfgoedstad”, die samen met de nieuwe imagobeelden van Toerisme Brugge, de uitstraling van Brugge bij de buitenwereld op een hoger niveau moet tillen. De invoering van de nieuwe huisstijl is niet louter een vormelijk gegeven. Inhoudelijk wordt ook aandacht besteed aan hoffelijke communicatie én klare taal.

1.4 De traditie van overleg en dialoog met de bevolking via hoorzittingen en inspraakvergaderingen over belangrijke dossiers wordt nog versterkt. Het bestuur waardeert de samenwerking met de stedelijke adviesraden. Afspraken over de samenwerking tussen de raden en het bestuur worden in een nota vastgelegd.

1.5 Om de hinder bij openbare werken te beperken voor bewoners, handelaars en bedrijven, worden zij al in een vroeg stadium betrokken bij het dossier. Tijdige planning en communicatie over werken zijn een prioriteit. De stad neemt zelf minder hinder-maatregelen (zoals beperking van werken in de tijd of fasering per straatdeel) en streeft naar betere synergie met andere overheden.

 

 


Informatie en inspraak

Dienstverlening op maat dankzij motiverend personeelsbeleid Top

2.1 Dienstverlening wordt flexibeler en dus klantvriendelijker : de openingsuren van de diensten worden geëvalueerd, en eventueel aangepast. De dienstverlening in de deelgemeenten wordt waar mogelijk verbeterd of uitgebreid. Administratie met de stad kan tegen 2012 maximaal via het internet afgehandeld worden. 

2.2 De organisatie van de stadsadministratie wordt volledig herbekeken. Diensten worden gehergroepeerd, om de interne communicatie en samenwerking te verbeteren, en ook een betere service te kunnen bieden aan de inwoners. Op die manier wordt het aantal verplaatsingen voor de aanvrager zoveel mogelijk beperkt.

2.3 De huisvesting van de diensten wordt geoptimaliseerd. Betere toegankelijkheid en vlotte dienstverlening zijn daarbij belangrijk, tegelijkertijd moeten de stadsmedewerkers hun taak op een aangename en functionele werkplek kunnen vervullen.

2.4 Assebroek krijgt een nieuw administratief centrum en een nieuwe gemeenschapszaal. Het vertrek van De Lijn biedt opportuniteiten om de kernfunctie van het Gaston Roelandsplein te versterken. Het Gemeenschapshuis in Zeebrugge wordt dankzij grondige renovatie beter toegankelijk en aangepast aan hedendaags comfort.

2.5 Er komt één centraal meldpunt, waar inwoners met al hun vragen, meldingen en klachten terechtkunnen. Het meldpunt is ruim bereikbaar : telefonisch en via het internet. Een snelle opvolging wordt gegarandeerd.

2.6 De administratieve vereenvoudiging gaat onverminderd voort : reglementeringen, verordeningen en procedures moeten zo eenvoudig en duidelijk mogelijk zijn. Dit resulteert jaarlijks in november in een globaal dossier met maatregelen voor een eenvoudiger administratie.

2.7 De vlotte afhandeling van bouwdossiers blijft een prioriteit, het nieuwe beheerssysteem moet zijn vruchten afwerpen. De doorlooptijd voor aanvragen wordt verder verkort. Het onthaal van de diensten Ruimtelijke Ordening (in de Oostmeers) wordt gecentraliseerd, zowel voor consultatie als informatieverstrekking.

2.8 Het stadsbestuur onderschrijft een modern personeelsbeleid. Leidinggevenden coachen en motiveren hun medewerkers, met als doel een maximale dienstverlening naar de burger toe. Het kwaliteitskeurmerk “Investors in People” blijft een streefdoel, omdat de stad ervan overtuigd is dat gemotiveerde medewerkers betere medewerkers zijn. Daarom gaan permanente opleiding en vorming voort, waar mogelijk in samenwerking met het OCMW en andere partners. Sportbeoefening wordt actief gepromoot bij het stadspersoneel. 

2.9 Door een goed aanwervingsbeleid met oog voor diversiteit en gerichte selecties, streeft de stad naar het inzetten van de juiste man of vrouw op de juiste plaats. Vacatures worden steeds ruim bekendgemaakt.

 

 


Dienstverlening op maat dankzij motiverend personeelsbeleid

Haven, economie en werk Top

3.1 De haven van Zeebrugge bestaat 100 jaar. De stad wil inwoners en niet-Bruggelingen beter bewust maken van de belangrijke economische functie van de haven, en de werkgelegenheid en welvaart die ze creëert. Het stadsbestuur wil ook ondersteunend werken voor de promotie van de Zeebrugse visserij.

3.2 Om de economische groei van de haven te bestendigen, moet de aansluiting met het achterland op alle vlakken worden verbeterd : de stad blijft hiervoor actief onderhandelen met de Vlaamse overheid. De heraanleg van de Expressweg moet versneld worden, met aanpak van alle bovengrondse kruispunten van Chartreuse tot Zeebrugge. De AX Blauwe Toren – Westkapelle moet integraal worden gerealiseerd op zo kort mogelijke termijn. De optimalisering van de spoorverbindingen moet worden voortgezet. En er moet een nieuw kanaal komen voor de binnenvaart, dat de aansluiting van Zeebrugge op de verbinding Seine-Schelde West realiseert.

3.3 Aan de Chartreuse verrijst een zone voor hoogwaardige diensten en productontwikkeling. Het project moet kwalitatieve architectuur bieden als poort tot Brugge. Door weloverwogen invulling met bedrijven biedt deze zone een toegevoegde waarde op het vlak van aanbod en werkgelegenheid.

3.4 Op de huidige bedrijventerreinen zijn er weinig percelen meer die onmiddellijk beschikbaar zijn, terwijl de vraag groot is. Bijkomende bedrijfsruimte is noodzakelijk : o.a. op het bedrijventerrein in Lissewege en door ontwikkeling van De Spie. De ruimtelijke toekomstplanning en herbestemming van sommige bestaande zones (o.a. Waggelwater en zonevreemde bedrijven) moet door de Vlaamse overheid worden gesteund. Er wordt werk gemaakt van sectorale Ruimtelijke Uitvoerings Plannen. 

3.5 De stad voert de inspanningen op om leegstaande bedrijfspanden snel te herbestemmen. Er komt ondermeer een aparte, meertalige website over ondernemen in Brugge met een bestand van vrije panden, nuttige informatie voor ondernemers en de contactgegevens van het KMO-loket.

3.6 Het KMO-loket geeft advies op maat aan ondernemers die zich in Brugge willen (her)vestigen. Wekelijks brengt de stad een “uniek loket” tot stand door het KMO-loket samen met vertegenwoordigers van de diensten ruimtelijke ordening en milieu een halve dag op éénzelfde locatie samen te brengen.

3.7 Beginnende ondernemers kunnen gratis starten in Brugge. De stad neemt de kosten op zich voor de inschrijving van een éénmanszaak of vennootschap bij één van de Brugse ondernemingsloketten.

3.8 Brugge streeft als provinciale hoofdstad naar een eigentijdse evenementen- of beurshal.

3.9 De stad stelt een commercieel strategisch plan op, dat een langetermijnvisie voor de detailhandel in het centrum en de deelgemeenten verwoordt. Via wervende campagnes ondersteunt de stad het winkelgebeuren. Dit moet de leegstand in centrumstraten tegengaan en de tewerkstelling bevorderen.

3.10 Toerisme en cultuur zijn van groot belang voor de lokale economie en de tewerkstelling en verdienen de volle aandacht. (zie verder)

3.11 De landbouwsector, die onder zware druk staat, geniet bijzondere aandacht. Zo zal de stad in uitvoering van het ruimtelijk structuurplan, acties ondernemen om juridisch zonevreemde landbouwbedrijven rechtszekerheid te geven.

3.12 Via de lokale werkwinkel coördineert de stad mee het lokaal werkgelegenheidsbeleid. Kansengroepen verdienen extra aandacht op de arbeidsmarkt. De stad en het OCMW willen het voorbeeld stellen op het vlak van sociale tewerkstelling en diversiteit. Bij grote aanbestedingsdossiers wordt een sociale clausule toegepast.

 

 


Haven, economie en werk

Politie en preventie Top

4.1. Brugge is een veilige en leefbare stad, en dat wil het stadsbestuur zo houden. Brugge streeft naar “Integraal Veiligheidsbeleid” waarbij alle preventieve en repressieve acties en maatregelen op elkaar worden afgestemd. De politie voert gerichte acties tegen kleine en grote criminaliteit, vandalisme en overlast. De prioriteiten voor het handhavingsbeleid worden vastgelegd in samenspraak met de procureur, het gerecht en de federale politie.

4.2 Om de professionalisering van het politiekorps te ondersteunen, investeert de stad in een nieuw politiecommissariaat aan de Coiseaukaai. Er komt ook een nieuwe uitvalsbasis in de binnenstad. De wijkwerking wordt voortgezet met aanspreekbare, dynamische wijkagenten. 

4.3 De stedelijke preventiedienst werkt aanvullend, om de politie te ondersteunen bij het voorkomen van misdrijven. Sensibiliserende campagnes (gauwdiefstallen, alcohol, hondenpoep…) worden voortgezet en krijgen ook politionele opvolging. Het team stadswachten wordt geprofessionaliseerd en kan ook buiten de kantooruren actief worden ingezet o.a. bij het toezicht op fietsenrekken en het opsporen van grafitti en kleine gebreken aan straten, voetpaden en verlichting.

4.4 Het uitgaansleven is sterk geconcentreerd op een aantal plaatsen in de binnenstad, de leefbaarheid van die buurten mag niet in het gedrang komen. Maar anderzijds wil Brugge een bruisende stad zijn. De stad blijft waken over het positief uitgaansklimaat en zal dat verder stimuleren met gerichte acties en maatregelen.

4.5 Blijvende aandacht gaat naar de beheersing van het voetbalgeweld in en rond het Jan Breydelstadion.

4.6 Wat drugpreventie betreft, wil de stad in haar beleid de inspanningen vooral toespitsen op preventieve acties.

4.7 De hervorming van de brandweerdiensten moet de dienstverlening verbeteren : meer controle en preventie. De uitbouw van de centrale 112 voor noodoproepen primeert. De diensten worden aangepast aan de nieuwe risico’s die zich in onze samenleving kunnen voordoen. 

 

 


Politie en preventie

Mobiliteit Top

5.1 Naast de dringende aanpassingen aan de Expressweg, wil de stad ook een vlotter verkeer op de Ring en de invalswegen. Daarom moeten er in de volgende zes jaar 2 nieuwe bruggen komen, aan Scheepsdale en Steenbrugge. De Sint-Pieterskaai en Scheepsdalelaan worden heringericht. Ook aan het Station komt er een heraanleg om de verkeersstromen beter te geleiden. 

5.2 Het mobiliteitsplan, dat in 2004 werd ingevoerd, wordt om de drie jaar geëvalueerd. Dan moet duidelijk worden of er bijsturingen en bijkomende inspanningen nodig zijn om Brugge bereikbaar te houden en voldoende parkeerruimte te bieden, ook op de invalswegen en in de centra van de deelgemeenten. Bijzondere aandacht gaat naar mensen die minder mobiel zijn. 

5.3 De fiets wordt voort gepromoot als duurzaam alternatief voor de auto. Op het hele grondgebied komen bijkomende voorzieningen : fietskluizen, vaste fietsenrekken en mobiele fietsstallingen voor grote evenementen. Aan het station komt een overdekte fietsenstalling voor 1800 fietsen en een ondergrondse parking voor 800 fietsen. De stad neemt het initiatief voor een sociaal tewerkstellingsproject met fietsherstelplaats aan het station.

5.4 Het fietsroutenetwerk dat veilige en kwaliteitsvolle fietspaden realiseert vanuit de deelgemeenten naar het centrum, wordt versneld uitgevoerd. Ter hoogte van de Spreeuwenstraat in Sint-Pieters wordt een fietsverbinding gebouwd over de Expressweg.

5.5 Het openbaar vervoer wordt als peiler van het mobiliteitsbeleid verder gepromoot. Via aantrekkelijke tarieven probeert de stad het autogebruik te ontmoedigen. Resterende hiaten in de dienstverlening van De Lijn moeten zo snel mogelijk worden weggewerkt. De stad probeert vlotte doorstroming van bussen te bevorderen.

5.6 De bouw van een beperkte ondergrondse parking is onontbeerlijk voor de omgeving van de Langestraat-Predikherenrei. Dit project moet de leefbaarheid van de buurt en de aantrekkingskracht van de Langestraat als winkelstraat verhogen.

 

 


Mobiliteit

Leefbare stad Top

6.1 Het wonen in Brugge staat onder druk. De stad kan de immobiliënsector niet reguleren. Maar via corrigerende maatregelen, stadsvernieuwingsprojecten en premies ondersteunt de stad het wonen zowel in de binnenstad als de deelgemeenten. Zo wordt het wonen boven winkels voort gestimuleerd. De premiestelsels worden geactualiseerd.

6.2 De toeristische druk op de woonmarkt wordt nauwgezet in het oog gehouden. De beperkingen op vakantiewoningen en selectieve criteria voor nieuwe hotels of uitbreidingen van bestaande hotels blijven van kracht.

6.3 Een sociale mix moet de leefbaarheid van buurten verhogen. Er is dringend nood aan meer sociale woningen, maar de projecten moeten gespreid worden over het hele grondgebied. De stad neemt een coördinerende rol op zich in het overleg met het OCMW, de huisvestingsmaatschappijen en privé-verkavelaars. Nieuwe woonvormen en zorgcentra moeten kansen krijgen om zich in Brugge te ontwikkelen.

6.4 Het stadsbestuur onderzoekt de wenselijkheid van het oprichten van een autonoom gemeentebedrijf voor de realisatie van stadsvernieuwingsprojecten.

6.5 De hele binnenstad is werelderfgoed. Dit is uniek en verdient bijzondere aandacht ook inzake Ruimtelijke Ordening. De stad springt zorgzaam om met monumenten, en stimuleert ook privé-eigenaars om de traditie van renovatie en restauratie voort te zetten.

6.6 Bij nieuwbouw wordt kwaliteitsvolle architectuur vooropgesteld. Grote nieuwbouwprojecten zijn mogelijk, voor zover ze stedenbouwkundig en architecturaal verantwoord zijn. Op dit vlak bieden zich kansen in de stationsomgeving, op de oude Veemarkt in Sint-Pieters en aan de Chartreuse.

6.7 Er wordt een kwalitatief en duurzaam lichtplan opgesteld. Het plan moet accenten leggen op waardevolle plaatsen (pleinen, gebouwen en bruggen) en wordt gefaseerd uitgevoerd.

6.8 De stad pakt vernieuwing van rioleringen en bestrating planmatig aan, om kosten en lasten te spreiden. Het budget voor het vernieuwen van de voetpaden en fietspaden, wordt verhoogd. De investeringen worden geografisch gespreid. Goede verlichting en voldoende rustpunten langs voetpaden en in parken krijgen extra aandacht. De stad streeft naar obstakelvrije voetpaden.

6.9 De inrichting van parken en groene ruimten wordt bijgestuurd naar hedendaagse behoeften. Het park– en straatmeubilair moet vernieuwend, kindvriendelijk en toegankelijk zijn. De herinrichting van het Graaf Visartpark wordt een voorbeeldstellend project. Ook het plein onder de bomen aan de Burg wordt heraangelegd. De stad kiest voor een hedendaags ontwerp, dat deze ontmoetings- en evenementenruimte ten volle tot zijn recht laat komen.

6.10 Goede buur(t)schap is de basis voor een verbetering van de levenskwaliteit. Buurtwerk wordt verder ondersteund in zijn werking en projecten. De Brugse Zomercheque wordt verder uitgebouwd. Via dat initiatief kunnen buurt- en wijkcomités feesten plannen, met financiële en logistieke steun van de stad.

 

 


Leefbare stad

Cultuurstad met bloeiend verenigingsleven Top

7.1 Na Brugge 2002 en Corpus’05 komt er in 2010 een nieuw, groot stadsfestival. Dit festival moet een combinatie worden van een grote tentoonstelling in de traditie van onze Vlaamse Primitieven, met andere hedendaagse activiteiten. De vzw BruggePlus zal de coördinatie verzorgen in samenwerking met lokale, nationale en internationale partners.

7.2 Zoals aangevat met Factor06 bundelt BruggePlus het bestaande cultuuraanbod in de zomer, aangevuld met nieuwe kwalitatieve evenementen. Ook het toeristisch project “Winter in Brugge” wordt ondersteund met een bundeling van bestaand en extra cultureel aanbod. BruggePlus bouwt een fonds uit voor het stimuleren van unieke evenementen. Er wordt gestreefd naar interactie tussen de culturele sector en het uitgaansleven.

7.3. Cultuurparticipatie voor iedereen moet een permanente zorg zijn. Samen met de cultuurbeleidscoördinator wordt een geïntegreerd beleidsplan uitgewerkt in samenspraak met de doelgroepen.

7.4 De bibliotheken blijven laagdrempelig en vlot bereikbaar via het internet. De “Bibliotheek aan huis” voor wie zich moeilijk kan verplaatsen, wordt voortgezet. De Openbare Bibliotheek volgt actuele media-ontwikkelingen en speelt daarop in. Infrastructureel wordt de huidige passage in De Biekorf geïntegreerd in de bibliotheek als een open ontmoetingsruimte. De huisvesting in de deelgemeenten wordt systematisch geoptimaliseerd in het kader van een wijkgerichte werking.

7.5 Het Cultuurcentrum ijvert voor kwalitatieve cultuurspreiding met een aantrekkelijk, gevarieerd en evenwichtig aanbod tegen democratische prijzen. Bij gelegenheid programmeert het Cultuurcentrum een voorstelling in de deelgemeenten.

7.6 De Stedelijke Musea behoren tot de performantste in Vlaanderen. Via continue aandacht voor collectie-uitbouw, publiekswerking en speciale projecten moeten de Musea voor de vele bezoekers, maar zeker voor Bruggeling boeiend en aantrekkelijk blijven. Naast tentoonstellingen worden ook kleinere evenementen opgezet zoals workshops, het museumhotel en de Nacht van de Musea. In samenwerking met de “Vrienden van de Musea” wordt een sponsor- en bedrijvennetwerk uitgebouwd.

7.7 Brugge heeft nood aan een centraal depot voor de waardevolle reserves. Op de site van Genencor wil de stad samen met de provincie een regionaal erfgoeddepot uitbouwen.

7.8 Er komt een actieplan voor actuele beeldende kunst. In afstemming met de Musea en de dienst Cultuur speelt het Cultuurcentrum een stimulerende rol voor jonge professionele beeldende kunstenaars, door een creatie- en tentoonstellingsplatform aan te bieden. Forum+ in het Concertgebouw wordt verder uitgebouwd als expositieruimte voor actuele kunst.

7.9 Het Concertgebouw krijgt erkenning in heel Vlaanderen, en lof ver daarbuiten. Naast de stad moeten ook Vlaanderen en de provincie blijvend hun verantwoordelijkheid nemen om het Concertgebouw ten volle zijn rol te laten spelen als grote instelling voor muziek, dans en theater. De directie zal naast de eigen programmatie ook ruimte scheppen voor initiatieven van derden en co-producties met lokale partners. Bijzondere aandacht moet gaan naar de Brugse instellingen die door de Vlaamse overheid worden gesubsidieerd.

7.10 De stad investeert in gerichte logistieke ondersteuning voor feesten en activiteiten. De diensten proberen in de mate van het mogelijke te voorzien in de behoeften van zowel het georganiseerde verenigingsleven als particulieren. Het subsidiereglement voor de sociaal-culturele sector wordt samen met de sociaal-culturele raad verfijnd en transparanter gemaakt. (zie ook financiën)

7.11 De stad maakt werk van een vrijwilligerscentrale : vraag en aanbod voor wie zich vrijwillig wil inzetten, worden samengebracht

 


Cultuurstad met bloeiend verenigingsleven

Onderwijs en studentenstad Top

8.1 Onderwijs blijft een belangrijke stedelijke opdracht. Het stedelijk onderwijs staat open voor iedereen en stimuleert netoverschrijdende projecten. In samenspraak met het Lokaal Onderwijs Platform wordt het flankerend onderwijsbeleid uitgestippeld. Elke stedelijke onderwijsinstelling moet een sociale en culturele ontmoetingsplaats zijn, naar het idee van de “brede school”.

8.2 Onderhoud van schoolgebouwen en aanpassingswerken worden planmatig aangepakt. Een oplossing voor de overbezette lokalen van de Academie en de Nijverheidsschool dringt zich op. Op korte termijn start de eerste fase van de uitbreiding van de Nijverheidsschool en wordt ook het dossier ingediend voor overheidssubsidiëring voor de uitbreiding ten behoeve van de beide academies aan de Noordstraat.

8.3 Voor onze economie is een uitgebreid aanbod van hogeschool-opleidingen van het allergrootste belang. De samenwerking met de hogescholen in Brugge in het kader van “Brugge Studentenstad” wordt nog versterkt en uitgediept.

8.4 Het Europacollege en de Universiteit van de VN zijn belangrijk voor Brugge. Het stadsbestuur blijft deze projecten steunen.

8.5 Alle culturele instellingen, inclusief BruggePlus, moeten in hun publiekswerking nog meer aandacht besteden aan geïntegreerde cultuurparticipatie binnen het onderwijs.

8.6. Brugge heeft als provinciehoofdstad veel schoolvoorzieningen. Ook de komende jaren zal de stad zich sterk inzetten om met de scholen en oudercomités te werken aan een veilig verkeer van en naar de school.

 

 


Onderwijs en studentenstad

Jeugd Top

9.1 Met Het Entrepot werd een jongerenplek gecreëerd waar fuiven, repeteren, skaten en grafitti mogelijk is. Het Entrepot moet als ontmoetingscentrum een creatieve smeltkroes worden voor alle jongerencultuur. De stad geeft impulsen om het centrum verder te ontplooiien. Ook de provincie en Vlaanderen worden aangesproken om mee te investeren in de regionale opdracht van het Entrepot.

9.2 Ruimte voor fuiven en feesten wordt blijvend gegarandeerd, ook in de binnenstad. Een geïntegreerd en gedragen fuifbeleid is hierbij essentieel. Een positief uitgangsklimaat garandeert een evenwicht tussen leefbaarheid en levendigheid in Brugge. Het jeugdloket/fuifloket staat organisatoren van fuiven en festivals bij met raad en daad voor alle formaliteiten en dit bij één dienst. Hierbij is nauwe samenwerking met Het Entrepot onontbeerlijk. 

9.3 Kinderen en jongeren moeten bijkomende ontmoetingskansen krijgen. Speelruimte moet avontuurlijk en kwaliteitsvol zijn. Het meerjarig speelruimtebeleidsplan bepaalt de aanpak en de zoektocht naar ruimte, ook in de binnenstad. De stad garandeert het onderhoud en de veiligheid van de speelruimte en evalueert tevens de impact op de buurt. Het beleven van skatecultuur krijgt de nodige aandacht.

9.4 De speelstraten worden verder gepromoot. Naast de vaste speelstraten waar kinderen in de zomer, onder het toeziend oog van buurtbewoners (verkeers)vrij spelen, kan het project ook éénmalig worden uitgetest.

9.5 Informatie op maat van kinderen/jongeren wordt nog verbeterd en ruimer verspreid. De uitbouw van een goedwerkend jeugdloket is cruciaal. Bij inspraakprocedures wordt de aandacht nog fijner gericht naar het betrekken van kinderen en jongeren.

9.6 Het jeugdwerk met zijn talloze enthousiaste vrijwilligers krijgt verder maximale ondersteuning: financieel, materieel, infrastructureel en personeel. Laagdrempelige jeugdwerkingen krijgen daarbij extra ondersteuning. De Jeugddienst heeft ook in zijn eigen programmatie oog voor diversiteit en toegankelijkheid.

 

 


Jeugd

Toerisme Top

10.1 Het stadsbestuur kiest voor de uitbouw van een kwalitatief en duurzaam toerisme. Midweekvakanties, herhaalbezoek van verblijfstoeristen, congressen en wintertoerisme krijgen verhoogde aandacht. Er komen doelgerichte marketingcampagnes, ondersteund door een kwalitatief evenementenbeleid.

10.2 Brugge moet vlot bereikbaar zijn vanuit het buitenland. Er is noodzaak aan optimale verbindingen : per trein met Zaventem en Rijsel, via luchtvaartmaatschappijen die Brugge als bestemming opnemen, en met de havens van Oostende en Zeebrugge. Hiervoor is ook een Vlaamse inbreng nodig.

10.3 De herwaardering van het domein Oud-Sint-Jan, met het congrescentrum en het toekomstige “Museum Of History” (MOH), krijgt alle kansen.

10.4 Het toeristisch beleid besteedt naast Brugge-binnenstad ook ruim aandacht aan het recreatief toerisme in het Brugse Ommeland (Lissewege) en Zeebrugge (strand en Rederskaai).

10.5 De stad onderzoekt hoe het cultuur-toeristisch onthaal op een klantvriendelijke manier voort kan worden uitgebouwd. In het station van Brugge komt een volledig nieuw toeristisch kantoor. Ook het onthaal in Zeebrugge en Lissewege krijgt de nodige aandacht.

10.6 Het onthaal voor cruise-schepen in de haven van Zeebrugge wordt verder kwalitatief uitgebouwd. Dit is van groot belang voor het imago van Brugge als cultuur-historische stad.

10.7 Ook kampeerders moeten in Brugge terecht kunnen. Daarom wordt een parking en kampeerautoterrein ingericht aan het Kanaaleiland. Brugge heeft nood aan een bijkomende camping, die het stadsbestuur wil inrichten aan de Sint-Pietersplas.

 

 


Toerisme

Sociaal beleid (OCMW, welzijn en emancipatie) Top

11.1 Gelijke kansen voor iedereen blijft een belangrijk fundament van alle stedelijk beleid. Speciale aandacht gaat naar zichtbare en verborgen (kans)armoede in onze stad. De stad wil een verdraagzame samenleving bevorderen en moedigt samenwerkingsinitiatieven aan om integratie en diversiteit te realiseren.

11.2 Permanent overleg tussen de partners in de welzijnssector is een noodzaak. Het Sociaal Huis wil de draaischijf zijn in het welzijnsbeleid en meer efficiëntie bereiken in de dienst- en hulpverlening. Het herschikken van personeel en taken tussen OCMW en stad voor de loketfuncties is een eerste stap. Dit moet resulteren in een nog grotere betrokkenheid op de opdracht. Het Sociaal Huis garandeert de neutraliteit van de doorverwijzingen.

11.3 Het aantal zorgbehoevenden zal alleen maar toenemen. Brugge bereidt zich daarop voor, ondermeer door uitbreiding van het aanbod dienst- en zorgverlening aan huis. Stedelijke initiatieven zijn een aanvulling aan de vele bestaande particuliere initiatieven.

11.4 Gelet op de toenemende vergrijzing, engageert het stadsbestuur zich om een mantelzorgpremie in te voeren ter ondersteuning van wie thuis zorgbehoevende senioren opvangt.

11.5 De OCMW-rusthuizen moeten worden gemoderniseerd en uitgebreid. Er moeten ook extra serviceflats komen, voor wie nog zelfstandig kan wonen.

11.6 Kwalitatieve kinderopvang en speelpleinwerking blijven belangrijke thema’s. De stad onderzoekt of ze stimulerende maatregelen kan nemen voor opvangouders of op het vlak van flexibele kinderopvang. Er komt een website met up-to-date info over vrije plaatsen. Overleg en meer samenwerking zijn noodzakelijk om leemtes op te vullen en efficiënter te werken.

11.7 Het AZ Sint-Jan moet een voortrekker blijven op het vlak van medische technologie, binnen de samenwerkingsverbanden met andere ziekenhuizen. Tegelijkertijd moet de zorg voor iedereen betaalbaar blijven. De stad investeert voort in preventieve gezondheidscampagnes.

11.8 Personen met een handicap moeten maximaal op een onafhankelijke manier kunnen deelnemen aan het leven in de stad. De stad streeft daar naar, in samenspraak met de stedelijke adviesraad en met professionele ondersteuning. Er komt een verdere doorlichting van de toegankelijkheid van stedelijke gebouwen.

11.9 Brugge vindt de noord-zuid-dialoog belangrijk. Als fair-trade stad voert het bestuur een verantwoord aankoopbeleid, en werkt het mee aan de bewustmaking rond fair-trade-producten. De bijdrage aan projecten in het zuiden en organisaties die noord-zuid-hulp beogen, wordt verhoogd. De sensibilisatie wordt versterkt o.m. door de verdere uitbouw van de mediatheek van het Wereldcentrum.

11.10 In Brugge willen we tewerkstellingskansen geven aan mensen die niet op de reguliere arbeidsmarkt terecht kunnen. Via sociale economie wil de stad projecten uitwerken rond leefbaarheid van de stad en zorg voor haar bewoners. Hiervoor wordt samengewerkt met het OCMW en andere partners.

 

 


Sociaal beleid

Groene en milieuvriendelijke stad Top

12.1 Waar mogelijk wil de stad de groene gordel rond Brugge versterken en meer toegankelijk maken voor recreatief medegebruik. Dit kan via de aankoop of openstelling van parkgebieden en dreven, en de aankoop van gronden om te bebossen of als groengebied in te richten. De stad werkt hiervoor samen met het provinciebestuur en het Vlaams Gewest.

12.2 Het project “Geboortebos” wordt voortgezet. Zo groeit het stedelijk groenbestand mee met de kinderen die in Brugge worden geboren. 

12.3 Rond industrieterreinen, rond het havengebied en rond woonkernen in de haven worden geleidelijkaan groenbuffers aangelegd of wordt een landschappelijke integratie bewerkstelligd.

12.4 Bij de inrichting of herinrichting van woongebieden wordt aandacht besteed aan de integratie van kwalitatieve groene ruimten, al dan niet met speelruimte.

12.5 De stad wil een kwaliteitsvolle en duurzame omgeving bevorderen, door specifieke aandacht voor lawaaihinder, zwerfafval, luchtkwaliteit en zuinig omgaan met water en energiebronnen. Via gericht onderzoek worden de milieu-indicatoren voor de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater, de bodem en de lucht opgevolgd.

12.6 De stad neemt het voortouw op het vlak van rationeel energiegebruik, en zal ook inwoners en bedrijven hiertoe aanzetten en omstandig informeren. Het stadsbestuur schakelt voor zijn eigen energievoorziening over op groene stroom. Tevens worden educatieve en ondersteunende acties ondernomen, waarin scholen, verenigingen en architecten betrokken worden.

12.7 Er komt een derde containerpark in Zeebrugge, met specifieke aandacht voor afval van de visserijsector. Het containerpark in Sint-Michiels wordt uitgebreid, en verhuist naar een nieuwe locatie in Ten Briele.

12.8 Specifieke milieu-probleempunten krijgen gerichte aandacht. Zo blijft de stad als drijvende kracht de sanering van de Carcoke-terreinen opvolgen, met het oog op een spoedige herbestemming. De meest vervuilde bodem wordt aangepakt, en er komt ook waterzuivering.

 

 


Groene stad

Sport Top

13.1 Het stadsbestuur investeert mee in de uitbouw van het Bloso-domein Julien Saelens, om de werking van Brugse sportverenigingen te ondersteunen. In een eerste fase wordt een gymnastiekhal gebouwd ten behoeve van o.a. Rust Roest, en een nieuwe sporthal die Brugse clubs moet kunnen huisvesten tot in de eerste klasse van hun discipline.

13.2 De stad biedt een voldoende aanbod aan openluchtvelden om sport in georganiseerd verband maximale kansen te geven. Veldverlichting blijft een bijzonder aandachtspunt, zowel voor nieuwe als bestaande velden.

13.3 De accommodatie voor wedstrijden en trainingen wordt tegen redelijke prijzen aangeboden aan Brugse sportverenigingen, met zo weinig mogelijk administratieve of organisatorische rompslomp.

13.4 De stad pleit voor het behoud van het Olympiabad als provinciaal zwembad in Sint-Andries.

13.5 Er is ruimte voor bijkomende infrastructuur voor kleinschalige openluchtrecreatie in de buurten: petanque, basketbal, tennis, combinatie-sportveldjes, enz... Ook de sportbeoefenaar die zich niet bij een club wenst aan te sluiten moet zo meer kansen krijgen. De jeugdsport moet hierbij centraal staan. Het stimuleren van sport bij jongeren kan indirect een grote invloed hebben op het ledenaantal van de Brugse sportclubs.

13.6 In samenwerking met scholen, buurtcomités en sportclubs neemt de stad het initiatief voor sportactiviteiten in wijken. Buurtsport stimuleert het sociaal contact en zet ook mensen aan het sporten die geen lid zijn van een club. Bekende Brugse topsporters nemen het peterschap op van die buurtactiviteiten.

 

 


Sport

Financiën: de goede huisvader Top

14.1 De stad engageert zich om het percentage voor de aanvullende personenbelasting (6,9 %) en de onroerende voorheffing (1600 opcentiemen) niet te verhogen. Via goed financieel beheer heeft Brugge een reservefonds opzij gezet, dat bij ongunstige omstandigheden een belastingverhoging onnodig maakt.

14.2 Brugge blijft verder werken aan de afbouw van de schuldenlast. Als goede huisvader waakt de stad over het evenwicht tussen inkomsten en uitgaven. 

14.3 Het stadsbestuur zal de volledige gemeentefiscaliteit onderzoeken, en nagaan of sommige gemeentebelastingen of taksen goedkoper kunnen worden, eenvoudiger of zelfs afgeschaft.

14.4 Ambtenaren en bestuur zoeken samen naar maximale inbreng of subsidiëring van andere overheden bij het realiseren van nieuwe projecten. Er wordt actief gezocht naar samenwerkingen in Europees verband. De stad laat zich hierbij assisteren door ervaren professionals. Brugge moet ook krijgen waar het recht op heeft, niet enkel in het kader van het Vlaamse stedenbeleid, maar ook in het federale grootstedenbeleid.

14.5 De basisbedragen van subsidies voor verenigingen en structurele partners worden geactualiseerd.

 

 


Financiën: de goede huisvader
Share/Bookmark